Menu

‘Chançards!’

Chançards! (De Standaard, juni 2019)

Als juli nadert hoor ik net als alle andere leerkrachten almaar vaker het volgende zinnetje: ‘Twee maanden vakantie, chançard!’ Ik begrijp die uitspraak uiteraard. Twee maanden relatieve vrijheid, dat moet inderdaad voor velen de ogen uitsteken. Maar toch, telkens als ik het weer heb moeten horen, speelt er zich een compilatiefilmpje af in mijn hoofd van de meest intense klassituaties van de voorbije tien maanden.
Een schooljaar dat op zijn einde loopt, heeft veel van een Boeing die op zijn vakantiebestemming landt. Men ziet alleen de passagiers uitgelaten en reeds met alohakransen rond de hals de aankomsthal binnenstormen.

Nee, wij leerkrachten beweren lang niet dat wij op een ruwer tarmac taxiën dan andere werknemers. Uiteraard is iedere baan intensief en uitdagend.
Wij gaan de wie-heeft-de-zwaarste-job-wedstrijd heus met niemand aan. Wij zouden alleen willen dat de nationale wie-zijn-de-grootste-gelukzakken-competitie ophoudt – want die laatste winnen wij evenmin als de eerste.

Wij wensen geen applaus voor de landing eind juni. Wij willen alleen niet langer publiekelijk worden beschouwd als zweefvliegpiloten die voor deze job zouden hebben gekozen om twee maanden onderuitgezakt te kunnen genieten van tropische temperaturen met een longdrink in de hand.
Ziet u onze overladen economy class voor u met passagiers kwetterend in meer dan een dozijn moedertalen? Kan u zich de businessclass voorstellen vol reizigers wier mondige ouders beroepsprocedures kunnen inspannen als een attest hen niet bevalt? Hoort u de turbulenties veroorzaakt door exponentieel toenemende gedragsproblemen? Kan u zich het aftandse landingsstel inbeelden dat wijst op een prangend gebrek aan materiële middelen? Ziet u de bagagerekken vol leerobstakels die dreigen naar beneden te donderen? Voelt u de diepe putten in onze startstrook veroorzaakt door het botsen van de reële klaspraktijk met door bureaucraten afgedwongen leerplannen? Kan u zich de stress inbeelden in de cockpit waar het alarmlampje van de leerhoogtemeter voortdurend knippert? Hoort u de politieke luchtverkeersleiders enerverend discussiëren met elkaar in plaats van de piloten kundig bij te staan? Vangt u de gestrande passagiers mee op nu zo veel ‘chançardvacatures’ niet raken ingevuld?

Deze middag glimlachte een van mijn zesdejaars naar me voor hij op zijn brommer sprong met een A-attest in zijn rugzak. Als in zijn hoofd achter die zwarte helm – als in een zwarte doos – een kern van positieve energie afkomstig uit ons leerkrachtencorps zit waar hij in die grote, complexe wereld voor altijd wat mee kan, dan is het wél waar. Dan zijn wij inderdaad beroepshalve – maar om een andere dan de algemeen aangenomen reden – chançards.