Menu

Weyts en de wonderlamp

Schrijfster en leerkracht Ruth Lasters reageert op de nieuwe onderwijs-CAO. Haar laatste roman VIN speelt zich af in een technische school.

 

Weyts en de wonderlamp

 

Er was eens een Minister van Onderwijs die alles zo goed wilde doen dat hij zijn ergonomische kantoor verliet om als geest in een oude olielamp te gaan wonen.

Voortaan deed hij de prachtigste beloftes aan wie ook over de lamp wreef, of het nu mensen waren die terecht klaagden over het prangende plaatstekort in het BUSO, of personeelsleden die moord en brand schreeuwden over leerachterstand.

Eerstgenoemden suste hij onder meer door te zeggen dat er meteen drie nieuwe BUSO-scholen zouden worden opgericht. (Het Nieuwsblad, 7/7/21). Laatstgenoemden sprak hij toe met het magische woord ‘Leersteundecreet’ dat verwees naar het aantrekken van 680 extra voltijdse krachten ten behoeve van jongeren met zorgnoden. (www.vrt.be, 28/06/21)

Na verloop van tijd werd het best vermoeiend voor de ministeriële geest om bij elke geprevelde nood uit de lamp te komen. Daarom lijstte hij het gros van de wensen die hij zou gaan vervullen op in één oorkonde, een CAO, die hij aan de buitenkant van zijn tinnen woonst kleefde. Zo hoefde hij niet meer elke individuele verzuchting te aanhoren. De personeelsleden die van heinde en verre kwamen toegestroomd, duizelden haast toen ze lazen over de 188 miljoen euro die jaarlijks zou worden vrijgemaakt om de onderwijskwaliteit op te krikken en de baan van leerkracht én schooldirecteur aantrekkelijker te maken. (DS, 14/06/21) Ze slaakten zuchten van opluchting en blijdschap toen ze vernamen over het mentorschap voor beginnende leerkrachten, de beloofde ICT-ondersteuning en de ‘korf extra uren’ die zou worden gecreëerd om de werkdruk te verminderen zodat er meer energie zou kunnen gaan naar het lesgeven zelf.

 

Ronduit verheugd als ik ben over deze CAO, vraag ik me toch af welke zaken ikzelf zou wensen bij het aanraken van zo’n magische lamp. Allereerst zou ik een urgente campagne tegen de stigmatisering van niet-ASO-leerlingen vragen. Als men het werkwelzijn van leerkrachten wil verhogen, moet men ervoor zorgen dat alle jongeren positief staan tegenover het leerklimaat.

Hoe hebben onderwijsbeleidsmakers ooit de namen Algemeen Onderwijs en Beroepsonderwijs kunnen bedenken met de afkortingen ASO en BSO, die dus letterlijk een A- en B-label betekenen voor jongeren? Die naamkeuze is psychologisch gezien even nefast als één groep aldoor de kleur groen toekennen en de andere groep de kleur rood, iets wat iemand met een pedagogisch diploma nooit zal doen op de klasvloer. Beleidsmakers doen het echter aldoor waardoor vele duizenden jongeren zich B-jeugd voelen. Die benaming moet dus dringend anders.

Daarnaast zouden de verschillende media in ons land moeten worden verplicht om het begrip ‘intelligent’ niet langer alleen als synoniem voor ‘cognitief verstandig’ te gebruiken maar ook voor ‘technisch vernuftig’. Er zijn tegenwoordig gelukkig ook klus- en kookwedstrijden op tv, maar toch verwijst het woord ‘slim’ nog steeds vooral naar de quizheld bijvoorbeeld. De allesweter, die is slim. Maar de klusheld of de topkok? Nee, die is alleen de beste in zijn vak, niet de slimste. Een Vlaanderen dat het woord ‘slim’ alleen aanwendt voor ‘ASO-intelligentie’ is een oliedom Vlaanderen waarvoor ik mij als leerkracht en mens schaam.

 

Hoe is het in godsnaam mogelijk dat er geen degelijk Vlaams equivalent bestaat van het prestigieuze concours ‘Meilleur Ouvrier de France’, dat tal van soorten vaklui even enthousiast bekroont als onze staat alleen doet met Elisabethwedstrijdfinalisten of winnaars van de Slimste mens ter wereld. Wij kennen gelukkig wel ‘Meesterschapswedstrijden’ zoals die voor de titel ‘Eerste kok van België’ uitgeschreven door de Club Gastronomique Prosper Montagné. Maar deze zouden moeten worden uitgebreid en ja, uitgezonden op de staatszender alstublieft zodat alle soorten vaklieden eindelijk de eer krijgen die hen toekomt na eeuwen als louter ‘personeel’ van de zogezegde bollebozen te zijn behandeld. Dit zou het zelfbeeld van technisch georiënteerde leerlingen echt kunnen verbeteren.

 

Het is heel eenvoudig: een jongere die zich volstrekt onterecht ‘onderwijsafval’ voelt, gedraagt zich daarnaar. Hij zit er slap bij in de klas omdat afval nu eenmaal ‘hangt’. Als daar niets aan gedaan wordt zullen de cijfers van vroegtijdige schooluitval bij niet-ASO’ers (www.statistiekvlaanderen.be) alleen nog maar toenemen met enorme maatschappelijke gevolgen. Dan denk ik niet alleen aan armoede, maar ook aan identiteitscrisissen en allerlei extreem gedachtegoed en gedrag. Het volstaat om een blik te werpen op het electoraat van Vlaams Belang om vast te stellen dat er wel degelijk een verband bestaat tussen bijvoorbeeld zogezegde ‘laaggeschooldheid’ en extremistisch stemgedrag. De consequenties van schooluitval door de verheerlijking van het ASO ten koste van alle andere onderwijstypes zijn gigantisch. Het elitarisme van ons onderwijssysteem is in mijn ogen zelfs een regelrechte bedreiging voor de staatsveiligheid. En nee, dat is geen overdrijving. Jongeren en latere volwassenen die goed in hun vel zitten betekenen veiligheid voor een staat. Opgestapelde (onderwijs)frustraties kunnen tot het tegenovergestelde leiden.

 

Ook zou ik een psychologisch aanspreekpunt wensen tot wie zowel jonge als meer ervaren leerkrachten zich kunnen wenden na moeilijke klassituaties. Als men het leerkrachtenaantal weer op peil wil brengen moet men ervoor zorgen dat een mislukte les niet ontaardt tot een algemeen mislukkingsgevoel dat bij herhaling leidt tot definitief afhaken.

Wat ik ook ervaar als een enorme lacune in zowel de opleiding als de uiteindelijke praktijk: een degelijk ademhalingsbeleid. Goed stemgebruik betekent nu eenmaal goed ademen. Les-stress en stemoverbelasting gaan dan ook hand in hand. De kans op burn-outs zou volgens mij afnemen als scholen bijvoorbeeld yogaruimtes zouden voorzien waar ingezet wordt op buikademhalingstechnieken enzovoort. Anders gaan ademen betekende voor mij althans bewuster, meer vanuit mijn hele menszijn gaan lesgeven.

 

Mijn laatste en meest utopische wens: de eenmaking van de verschillende netten, die ooit ontstonden door de verzuiling. Ons verbrokkelde onderwijslandschap maakt de verdeling van de werkmiddelen en de gebouwen onnodig complex. De enige verdeelsleutel die in deze zou mogen gelden: de absolute noden van de leerlingen. En godsdiensten en zedenleer zijn qua leerinhouden zo boeiend dat ze juist dienen versmolten tot één vak dat alle jongeren samen volgen ongeacht hun religie of overtuiging: Normen en waarden of Interculturele contactstrategieën.

 

Ik weet niet of ik in wensgeesten geloof. Ik wil het in elk geval graag proberen. Al die nieuwe onderwijsbeloftes komen alvast uit een erg welriekende olielamp.